- Branche
- november 30, 2022
- 6 views
Biogas voor verwarming en warmtapwater
Remeha zet in op de hybridisering van klimaat- en warmtapwaterinstallaties om het gasgebruik te minimaliseren. Via een samenwerking met scale-up Circ biedt de fabrikant haar klanten een nieuwe optie om installaties met biogas in plaats van aardgas te voeden.
Remeha en Circ produceren en leveren producten die elkaar aanvullen, waar het gaat om het reduceren of vervangen van het aardgasgebruik. Circ is een ontwikkelaar en producent van mini-vergisters – BioTransformers, zoals zij de apparaten noemen – die GFE-reststromen omzetten in biogas en biowater. Het biogas kan, zo nodig met een kleine nabewerking, aardgas vervangen en zo de verwarmings- of warmtapwaterinstallatie van een CO2-neutrale energiebron voorzien.
Groente- fruit- en etensresten
“Onze klanten voeden de BioTransformers hoofdzakelijk met groente- fruit- en etensresten”, vertelt Robert Kooloos, chief commercial officer bij Circ. “Daarmee produceren zij twee producten; biogas en biowater. Als het biogas vervolgens wordt gebruikt in de cv-toestellen, komt daarbij uitsluitend kortcyclische CO2 vrij. Deze CO2 uit voedselresten was anders bij verbranden of storten ook vrijgekomen. Het tweede product, biowater, is zeer rijk aan nutriënten en kan in veel gevallen als plantenvoeding worden gebruikt in bijvoorbeeld de land- en tuinbouw.” De BioTransformers van Circ zijn al te vinden in de hotelwereld en horeca, de zorgsector, de voedingsindustrie en andere sectoren met veel GFE-stromen.
“Biogas en groen gas kunnen belangrijke rol spelen”
“Remeha ziet in Circ een mooie partner waarmee onze adviseurs een extra oplossing voor handen hebben zodra zij klanten aan een efficiënte en CO2-neutrale verwarmings- of tapwaterinstallatie willen helpen” zegt Rick Bruins, business development manager bij Remeha. “In Nederland gebruiken we ongeveer 15 miljard kubieke meter aardgas in de gebouwde omgeving. Circa de helft daarvan gebruiken we in de utiliteit. Wij denken dat het realistisch is om via hybridisering het gasverbruik in de utiliteit uiteindelijk naar 2 miljard kubieke meter te reduceren. Die 2 miljard kuub zullen we door CO2-neutrale gassen moeten vervangen. Dat kan met waterstof, maar dat gas zal niet het volledige aandeel voor zijn rekening kunnen nemen. Daarom denken wij dat ook biogas en groen gas een belangrijke rol kunnen en zullen spelen.”
Zo’n 50 miljoen m3 aardgas vervangen
De BioTransformers die Circ ontwikkelt en produceert hebben verschillende capaciteiten. De kleinste verwerken 30 kilo per dag en de grootste 600 kilo GFE per dag. Het bedrijf produceert zowel de hardware als de software en zorgt dat de apparaten via een installateur bij de klant worden geïnstalleerd. “Onze klanten kopen de machine omdat zij hiermee meerdere doelen behalen. Ze vergroenen hun energievoorziening. Ze minimaliseren hun kosten voor het afvoeren van GFE-stromen. En sommige klanten kunnen het andere restproduct, biowater, goed gebruiken als voeding voor planten of leveren dit aan nabijgelegen locaties. In elk geval zorgen onze BioTransformers voor een duurzame businesscase die meestal in 2 tot 5 jaar is terugverdiend. Onze prognose is dat de toestellen die we in de jaren tot 2030 zullen verkopen in totaal zo’n 50 miljoen m3 aardgas kunnen vervangen”, zegt Kooloos.
Versnelling
Remeha en Circ willen via hun samenwerking een versnelling teweegbrengen; enerzijds in de hybridisering van cv- en warmtapwaterinstallaties, en anderzijds bij de inzet van biogas als vervanger van aardgas. “In veel horecabedrijven of voedingsindustrieën komen we als adviseur over de vloer omdat deze bedrijven willen verduurzamen”, zegt Bruins. “Maar lang niet overal is een all-electric oplossing mogelijk. Soms kun je bijvoorbeeld wel voor verwarming een warmtepomp gebruiken maar niet voor tapwater”. “En zelfs als een all-electric oplossing past, gaat Kooloos verder, “kan het alsnog interessant zijn om de BioTransformer te gebruiken. Puur omdat die bedrijven hun organische reststromen in dat geval effectief en rendabel voor verwarming en warmtapwater kunnen inzetten, en dus niet hoeven af te voeren.”
Praktijkvoorbeelden
Kortgeleden leverde Circ al een BioTransformers die feilloos samenwerkt met een cv-systeem van Remeha. Zorgcentrum de Koperhorst in Amersfoort kocht een BioTransformer50 – voor 50 kilo GFE-reststroom per dag – en gebruikt het geproduceerde biogas als energiebron voor de Remeha Quinta Ace cv-toestellen die het gebouw verwarmen. En in december wordt bij het Van der Valk Hotel in Gorinchem een BioTransformer200 - voor 200 kilo per dag – geïnstalleerd. Het biogas van dat apparaat wordt gebruikt voor een Remeha cv-ketel, die straks met voorrang zal worden gestookt. Pas als er niet genoeg biogas is, zullen de in hybride geschakelde warmtepompen in werking treden. Volgend jaar zullen er nog enkele combinaties van een BioTransformer met Remeha cv-ketels worden geïnstalleerd, zoals bij Van der Valk Hotel Nuland en De Penitentiaire Inrichting (PI) Nieuwersluis.

- Branche
- november 30, 2022
- 8 views
Subsidie op warmtepomp voor PVT-systemen
Ook voor de Triple Solar PVT-warmtepomp 3.5 geldt nu de Investeringssubsidie Duurzame Energie en Energiebesparing (ISDE). Woningeigenaren met een woning in Nederland waarvoor de omgevingsvergunning vóór 30 juni 2018 is aangevraagd, komen hiervoor in aanmerking. De ISDE-meldcode van de Triple Solar PVT-warmtepomp 3.5 is KA21932. Bij de eerstvolgende update door het @RVO van de ISDE-apparatenlijst zal deze meldcode zichtbaar zijn. De subsidie bedraagt €4200.
De Triple Solar® PVT-warmtepomp is een water/water-warmtepomp die speciaal voor PVT-systemen is ontwikkeld en propaan als koudemiddel gebruikt. Propaan is milieuvriendelijk (GWP=3) en maakt het mogelijk een aanvoertemperatuur van +70 ˚C te maken. Dat maakt deze warmtepomp geschikt voor toepassing in de bestaande bouw, waar vaak nog radiatoren gebruikt worden en niet elke woning van vloerverwarming is voorzien. De PVT-warmtepomp kan zowel all-electric als hybride worden toegepast.
Als hybride toepassing naast de bestaande cv-ketel kan met het vermogen van 3,5 kW al 60-80% gas worden bespaard op verwarmen en het maken van warm tapwater, aldus de fabrikant. Zodra het huis geschikt is om gasloos te verwarmen, kan de Triple Solar® PVT-warmtepomp uitgebreid worden via het koppelen van een tweede PVT-warmtepomp.

- Branche
- november 9, 2022
- 6 views
Remeha start volgend jaar productie hybride warmtepomp in Apeldoorn
Vanaf uiterlijk 1 juli 2023 start Remeha met de productie van de hybride warmtepomp Elga Ace op een moderne productielijn in Apeldoorn. Als deze tweede productielocatie volledig operationeel is, kan de fabrikant hier jaarlijks 140.000 binnenunits voor dit warmtepompsysteem produceren. In mei volgend jaar, zo is de verwachting, zal Remeha gaan proefdraaien op de nieuwe productielijn.
Om de productie van de Elga Ace naar Nederland te halen, heeft Remeha in Apeldoorn-Noord een pand gehuurd waar het vanaf 1 januari terecht kan om voorbereidingen te treffen. De huidige productielocatie voor hr-ketels blijft volledig intact. Op dit moment vindt de productie van de binnenunits van de Elga Ace in Frankrijk plaats. De verplaatsing hiervan naar Nederland is onderdeel van de eerder aangekondigde productieverruiming binnen de BDR Thermea Group. Voor Remeha houdt dit in dat het bedrijf de belangrijkste locatie wordt voor het fabriceren van de Elga Ace. Als straks de totale assemblagelijnen gereed zijn en het bedrijf met twee ploegen kan werken, dan heeft de nieuwe fabriek een capaciteit van 140.000 binnenunits per jaar.
Prominente productielocatie
“Iedereen weet dat de markt voor hybride warmtepompen ‘booming’ is. Op dit moment is het al een uitdaging om aan de sterk groeiende vraag te voldoen. En die vraag zal de komende jaren, ook vanuit andere Europese landen, verder toenemen. Binnen BDR Thermea Group is daarom besloten om de productie van de Elga Ace in Apeldoorn fors op te schalen. Voor Remeha is dit een mooie en zeer toekomstbestendige ontwikkeling. Door de nieuwe fabriek worden wij de meest prominente productielocatie in Europa voor dit type toestel”, zegt Edu Veldhuis. directeur Operations bij Remeha.
Projectteam
Om de nieuwe productie op efficiënte wijze te kunnen opstarten, heeft Remeha een projectteam van ongeveer 15 mensen geformeerd. Dit team bestaat uit specialisten op het gebied van onder andere productie, logistiek, kwaliteit en IT. Samen met externe toeleveranciers bereiden zij de volledige inrichting en lay-out van de nieuwe productielocatie voor. Daarbij krijgen ze hulp van Franse collega’s, die momenteel de productie van de huidige Elga Ace verzorgen. In het eerste half jaar zullen enkele medewerkers, die nu nog bij de productie van hr-ketels betrokken zijn, tijdelijk voor training naar Frankrijk gaan. Zij kunnen straks de productie in Apeldoorn opstarten en andere, nieuwe collega’s opleiden en instrueren. Uiteindelijk zullen er voor deze nieuwe productielocatie, wanneer Remeha op volle capaciteit in twee ploegen gaat produceren, circa 50 nieuwe medewerkers nodig zijn.
Geautomatiseerde productielijnen
Waar dat mogelijk is, zal Remeha de productie automatiseren. Er zullen bijvoorbeeld cobots worden gebruikt voor het testen van de elektronica en robots voor het verpakken en palletiseren. “Het eerste half jaar van 2023 zullen we hard nodig hebben om de nieuwe productielijn te installeren. Toch willen we al in mei volgend jaar, en als het noodzakelijk is met relatief veel handwerk, de productie van Elga Ace opstarten. Vanaf 1 juli moeten dan de geautomatiseerde productielijnen grotendeels in werking treden. Uiteindelijk is ons streven om in 2023 al 50.000 units van de Elga Ace te produceren; een aantal dat in 2024 hopelijk naar 140.000 stuks kan worden opgevoerd”, aldus Veldhuis.

- Branche
- november 4, 2022
- 18 views
Airconditioners kunnen winters gasverbruik aanzienlijk verlagen
De Europese lidstaten zoeken naar manieren om hun gasvraag de komende winter met 15% te verminderen. Een deel van de oplossing ligt volgens warmtepompfabrikant Daikin bij alternatieve verwarmingsbronnen, waarvan airconditioning er één is die vaak al aanwezig is. In feite is een airconditioningsysteem een lucht/lucht-warmtepomp die gebouwen op een efficiënte en effectieve manier kan verwarmen. In het geval van een gebouw van 600 m2 kan het gebruik van het airconditioningsysteem als een lucht/lucht-warmtepomp om te verwarmen tot 112.880 kWh aan aardgas besparen en de verwarmingskosten met 25% verlagen, rekent de fabrikant voor.
De Europese Commissie heeft het European Gas Demand Reduction Plan opgesteld, waarin de lidstaten wordt aanbevolen om het gasverbruik tussen nu en maart 2023 vrijwillig met 15% te verminderen. Volgens de EU kunnen grote besparingen worden bereikt door de manier waarop we onze gebouwen verwarmen en koelen. Naar schatting wordt bijna 30% van de commerciële gebouwen in de EU nog steeds met gas verwarmd, terwijl sommige ook zijn uitgerust met een airconditioningsysteem. Gebouwen kunnen hun gasvraag aanzienlijk en onmiddellijk verminderen door hun airconditioningsysteem in de verwarmingsmodus te gebruiken en zo tegelijkertijd de totale kosten te verlagen.
Verlaging van de gasrekening
Berekeningen van de warmtepompfabrikant laten zien dat het gebruik van een airconditioningsysteem voor verwarming de vraag naar aardgas aanzienlijk vermindert. In het voorbeeld van een kantoorgebouw van 600 m2 bespaart een VRV lucht/lucht-warmtepomp tot 112.880 kWh aardgasverbruik in vergelijking met traditionele ruimteverwarming. Bovendien kunnen bedrijven hun energiekosten met bijna 30% verlagen dankzij een warmtepomp.
Waarom is een warmtepomp zo efficiënt?
Een lucht/lucht-warmtepomp heeft zowel een binnen- als een buitenunit. Bij gebruik in de koelmodus onttrekt de binnenunit warmte van de binnenuit en geeft hij deze door aan de buitenunit, die de warmte naar buiten afstoot. De werking kan echter worden omgekeerd om binnen te verwarmen met behulp van warmte die door de buitenunit aan de buitenlucht wordt onttrokken. Zelfs bij buitentemperaturen ver onder de 0°C zal een lucht/lucht-warmtepomp nog steeds efficiënt voor verwarming zorgen.
Een warmtepomp is tot vier keer efficiënter dan een gassysteem, aangezien driekwart van de energie die wordt gebruikt voor verwarming gratis uit de buitenlucht komt en slechts een kwart aan elektriciteit verbruikt.
Het energiegebruik verder verminderen
Als in een gebouw al een warmtepomp is geïnstalleerd, kan deze worden geoptimaliseerd door het gebruik van energiebesparende systemen die de energierekening verder verlagen. Intelligente cloudsystemen bieden klanten toegang tot tools die niet alleen overmatig energiegebruik in delen van hun gebouw detecteren, maar ze ook in staat stellen om snel te handelen en in te grijpen waar nodig.

- Branche
- november 3, 2022
- 6 views
Eerste deelcertificaten voor warmtepompmonteurs
Minister Hugo de Jonge voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft vandaag de eerste deelcertificaten ‘Installeren en in bedrijf stellen van hybride warmtepompen’ uitgereikt. Het is de eerste mijlpaal in een omvangrijke operatie: de komende jaren worden duizenden monteurs klaargestoomd om in de Nederlandse woningen warmtepompen te installeren. De uitreiking van de certificaten vond plaats bij opleidingsbedrijf Installatiewerk in Hoofddorp. Minister De Jonge: “2026 is het moment waarop we bij vervanging van de cv-ketel op zijn minst gaan kiezen voor de hybride warmtepomp. Daar houden we aan vast. Dat geeft duidelijkheid aan de installatiebedrijven, die weten dat ze hun monteurs richting 2026 moeten opleiden om die warmtepompen te kunnen ophangen.”
Het deelcertificaat is één van de manieren waarop de technieksector eraan werkt zo snel mogelijk voldoende monteurs op te leiden en bij te scholen voor het installeren van hybride warmtepompen. Voorzitter Doekle Terpstra van Techniek Nederland: “Dankzij het deelcertificaat kunnen we veel sneller opleiden. Zo kunnen zij-instromers, maar óók jongeren al binnen korte tijd in de praktijk aan de slag. Dat is hard nodig want de vraag naar hybride warmtepompen neemt explosief toe.”
400.000 warmtepompen per jaar
Steeds meer consumenten kiezen voor een warmtepomp. Vier jaar geleden plaatsten installateurs 25.000 toestellen, dit jaar gaat het al om 100.000 warmtepompen. Terpstra: ‘Vanaf 2026 is de hybride warmtepomp de norm bij vervanging van de cv-ketel. Vanaf dat moment gaan we zo’n 400.000 warmtepompen per jaar plaatsen.’
Deelcertificaat in zes maanden
Opleidingsbedrijf Installatiewerk (IW) leidt jongeren en zij-instromers op om hybride warmtepompen te installeren. De vestiging van IW in Hoofddorp is de eerste locatie waar de opleiding plaatsvindt. Binnen zes maanden (420 uur) kunnen deelnemers hier het mbo-certificaat ‘Installeren en in bedrijf stellen van hybride warmtepompen’ behalen.
Warmtepomp vanaf 2026 de norm
Tijdens de VSK-beurs in mei van dit jaar heeft minister De Jonge aangekondigd dat de hybride warmtepomp vanaf 2026 de norm wordt voor het verwarmen van woningen. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat er in 2030 ten minste 1,3 miljoen warmtepompen moeten zijn geïnstalleerd.
Vakbekwame monteurs
Om de technologische transitie naar hybride warmtepompen mogelijk te maken moeten veel vakbekwame monteurs worden opgeleid, weet de minister ook. Het kabinet wil daarom met onderwijsinstellingen, overheden en sociale partners samenwerken om meer vakmensen op te leiden. Ook om- en bijscholing moet voor nieuwe instromers zorgen in de installatiebranche.
Probleem is dat in de techniekbranche een grote vraag is naar vakmensen. Het is volgens Terpstra één van de grote uitdagingen van de energietransitie om voldoende jonge mensen te interesseren voor een loopbaan in de techniek.
Adequaat opleiden
Opleidingsbedrijf IW Nederland zegt, bij monde van voorzitter Ronald Olij, klaar te zijn voor de uitdaging die voorligt om de energietransitie mogelijk te maken. “Wij kunnen mensen snel en adequaat opleiden. Onze grootste uitdaging is het om te werken aan onze zichtbaarheid zodat we bij mensen die voor een loopbaankeuze staan in beeld komen. We hebben een sterk verhaal over baanzekerheid, loopbaanperspectieven, goede arbeidsvoorwaarden en persoonlijke ontwikkelingsmogelijkheden. Daar zal het niet aan liggen.”
Opleidingsplekken
IW Noord-Holland, waar de minister gisteren op werkbezoek is geweest, werkt in het scholingsproject voor de installatie van warmtepompen onder andere samen met MBO opleiders als het Amsterdamse ROCvA en een aantal Noord-Hollandse installatiebedrijven. Deelnemende bedrijven, waaronder Feenstra, Breman, Eneco en Bonarius, bieden studenten opleidingsplekken aan waar ze hun kennis van de warmtepomptechnologie in de praktijk kunnen brengen.
Regionale bedrijven
IW richt zich op opleidingen voor elektro- en installatietechniek. Het opleidingsbedrijf bestaat uit zeven regionale bedrijven met in totaal 42 locaties door het hele land. Sinds 2016 werken de zeven bedrijven samen onder de vlag van Stichting IW Nederland.
In bouwbesluit
De kabinetsbesluiten over de hybride warmtepomp als nieuwe norm voor woningverwarming zijn inmiddels vastgelegd in het bouwbesluit. Dat betekent dat vanaf 2026 alle nieuwe woningen en bestaande woningen die hun cv-installatie vervangen, moeten overstappen op een warmtepomp. Het kabinet trekt tot aan 2030 900 miljoen euro uit voor het promoten van de hybride warmtepomp. Daarnaast heeft de staatssecretaris besloten om het subsidiepercentage op de aanschafprijs te verhogen van 20 procent naar 30 procent.

- Branche
- november 2, 2022
- 6 views
Minister De Jonge enthousiast over opschaling productie warmtepompen Itho Daalderop
Op 31 oktober jl. bezocht minister Hugo de Jonge samen met een aantal senior beleidsmakers van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het ministerie van Economische zaken en Klimaat de fabriek van Itho Daalderop in Tiel. Ook Doekle Terpstra was met twee collega’s namens Techniek Nederland aanwezig. De minister wilde zich laten informeren over de plannen die Itho Daalderop op dit moment uitvoert om uiteindelijk 100.000 warmtepompen per jaar in Nederland te produceren.
Minister De Jonge was enthousiast over de opschaling van de productie in Tiel. “Om onze doelstelling van één miljoen warmtepompen in 2030 te halen, hebben we alle productiecapaciteit heel hard nodig. Een productiecapaciteit van 100.000 per jaar is fantastisch en precies wat we nodig hebben.”
Peter van Gameren, directeur Itho Daalderop Nederland: “Wat we hebben afgesproken is dat we in 2050 volledig aardgasvrij zijn in Nederland. Het aandeel van de warmtepomp in dit geheel is aanzienlijk. Een groot deel van de Nederlandse huishoudens is nu al geschikt voor een warmtepomp. We zijn blij met de ondersteuning vanuit het Rijk en de samenwerking en urgentie die ook gezien wordt. Dat sluit uitstekend aan bij onze doelstellingen voor de toekomst.”

- Branche
- november 1, 2022
- 4 views
Proef met cv-ketels op waterstof mag van waakhond
Netbeheerder Liander mag een proefproject starten waarbij cv-ketels van huizen op waterstof overgaan. Toezichthouder Autoriteit Consument & Markt (ACM) heeft hiervoor toestemming gegeven. Het betreft een project in Lochem in de buurt van Zutphen. ACM vindt het belangrijk dat bedrijven al ervaring kunnen opdoen met waterstof, omdat dit naar verwachting een belangrijke rol gaat spelen in de energievoorziening. Staatstoezicht op de Mijnen gaat de veiligheid bij het transport van het waterstof controleren.
In Lochem krijgen tien bestaande woningen een combiketel die op waterstof werkt in plaats van gas. De gasleidingen naar die huizen worden voortaan gebruikt voor de aanvoer van het waterstof. Er staan ook experimenten gepland in het Groningse Wagenborgen, het Zuid-Hollandse Stad aan 't Haringvliet en het Drentse Hoogeveen. Aan het waterstof wordt een geurstof toegevoegd zodat bewoners een lek kunnen ruiken.
Geen wetgeving
Op dit moment is er geen wetgeving rondom waterstofprojecten. De ACM heeft daarom tijdelijke regels opgesteld waarin de rechten van consumenten worden gewaarborgd. Zo moeten huishoudens zelf kunnen bepalen of ze meedoen aan een proefproject en moet er voor consumenten geen verschil zijn tussen verwarmen op gas en waterstof. Ook moet er altijd voldoende waterstof zijn en moeten de kosten duidelijk zijn voor consumenten.
- Branche
- oktober 31, 2022
- 4 views
Nieuw Kleintje Infraroodpanelen verschenen
Het nieuwe ‘ISSO Kleintje Infraroodpanelen, elektrische stralingsverwarming’, is verschenen. Elektrische stralingsverwarming is in opkomst. Soms wordt deze verwarming ingezet als alternatief voor centrale verwarming met watergevoede systemen, zoals radiatoren en vloerverwarming. Dit nieuwe Kleintje biedt de vakman in zo’n geval actuele kennis over de toepassing van infraroodpanelen en elektrische stralingsverwarming.
In de moderne woningbouw is all-electric steeds vaker het uitgangspunt. Dat wil zeggen dat de klimaatinstallatie uitsluitend met elektriciteit wordt gevoed. Om die reden kijkt men steeds kritischer naar het klimaatsysteem en overweegt de ontwerper om weinig gebruikte ruimtes niet meer op een centraal verwarmingssysteem aan te sluiten. In dat geval kiest hij of zij voor lokale verwarming en niet zelden zijn dit elektrische infraroodpanelen.
Hulpmiddel
“In de basis een slimme keuze”, zegt Dennis van der Kooij van ISSO, “maar er zijn wel veel randvoorwaarden die bij de keuze en installatie komen kijken. Kortom, er is behoefte, zo blijkt ook uit onderzoek, aan goede richtlijnen voor toepassing, het benodigde vermogen en hoe dit vermogen over de ruimte(n) te verdelen. Dit ISSO Kleintje helpt de markt bij het maken van dergelijke keuzes en het geeft handvatten voor het kiezen van de juiste plek en het installeren van de IR-panelen.”
Aan bod in deze publicatie komen onderwerpen als goed dimensioneren, de optimale regeling, de comfortbeleving van elektrische infraroodverwarming en vooral hoe en wanneer je deze toepast. De wettelijke eisen die gelden voor verwarming met IR-panelen worden ook besproken. Wie elektrische infraroodpanelen als verwarmingssysteem voor ruimten toepast, krijgt wel te maken met speciale randvoorwaarden. Zo is minimaal een goede kierdichting en na-isolatie bij renovatietoepassingen nodig.
Voor- en nadelen
Als men aan deze randvoorwaarden voldoet, levert elektrische IR-verwarming voordelen op. Dit zijn bijvoorbeeld lage aanschaf- en installatiekosten, weinig ruimtebeslag, nagenoeg geen onderhoud, snelle responstijd en vrijwel geen systeemverliezen. Nadelen zijn er ook, zoals de potentieel hogere energielasten en de toenemende druk op het elektriciteitsnet door een hogere piekbelasting.
Dit ISSO Kleintje behandelt de toepassing van elektrische IR-panelen in woningen, kantoren en vergelijkbare situaties. De kennis is niet bedoeld voor industriële toepassingen. Ook hoge temperatuurstralers, zoals terrasverwarmers, vallen buiten de scope van deze uitgave. Het Kleintje is beschikbaar via https://open.isso.nl.

- Branche
- oktober 22, 2022
- 4 views
“Uitstel Gasketelwet is niet meer uit te leggen”
De Gasketelwet wordt niet op 1 januari 2023 volledig ingevoerd, maar pas op 1 april. Dat liet minister De Jonge van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening afgelopen week weten in een brief aan de Tweede Kamer. Techniek Nederland is buitengewoon ontstemd over het besluit. Voorzitter Doekle Terpstra: “De Gasketelwet vraagt een enorme inspanning van onze leden. Zij hebben alles op alles gezet om er op tijd klaar voor te zijn. Dat de invoering nu wéér wordt uitgesteld, is niet meer uit te leggen.”
Al in 2015 publiceerde de Onderzoeksraad voor Veiligheid een verontrustend rapport over de koolmonoxide-risico’s van cv-ketels. Techniek Nederland zet zich sindsdien in voor de invoering van de Gasketelwet. De ‘harde’ invoering van de wet is de afgelopen jaren keer op keer uitgesteld. Op dit moment geldt nog steeds een overgangsperiode zonder verplichtingen voor klanten en installateurs.
Verkeerd signaal
Veel leden van Techniek Nederland hebben al geïnvesteerd in bijscholing van monteurs, nieuwe meetinstrumenten en certificering van hun bedrijf. Doekle Terpstra: “Uitstel van de volledige invoering van de Gasketelwet is niet nodig en niet wenselijk. Er zijn op 1 januari 2023 al veel bedrijven gecertificeerd.” Dat nog niet meer installateurs het proces hebben afgerond, komt onder meer doordat de overheid de regelgeving uitermate complex heeft gemaakt. Daardoor zijn pas vorige maand de eerste certificerende instellingen aangewezen. Door het uitstellen van de Gasketelwet geeft de overheid volgens Techniek Nederland een verkeerd signaal af naar bedrijven die nog geen actie hebben ondernomen om te voldoen aan de CO-certificering.
Grote opgave voor kleinbedrijf en zzp’ers
Voor kleinere bedrijven en zzp’ers kan CO-certificering een forse opgave zijn, aldus Techniek Nederland. Voor deze groep ondernemers kan het CO-Keur uitkomst bieden. Bij deze vorm van CO-certificering neemt een externe partij het volledige certificeringstraject over. De overheid heeft hier inmiddels positief op gereageerd. Techniek Nederland verwacht dat veel kleine bedrijven en zzp’ers met CO-Keur relatief eenvoudig en op korte termijn aan de certificering kunnen voldoen.
Publiekscampagne
In de brief aan de Tweede Kamer laat minister De Jonge weten dat een publiekscampagne zo spoedig mogelijk van start zal gaan. De campagne is een essentieel onderdeel van de invoering van de Gasketelwet. Zo’n campagne moet consumenten en bedrijven wijzen op de verplichting om een gecertificeerde installateur in te schakelen. Techniek Nederland benadrukt dat de publiekscampagne uiterlijk in januari 2023 van start moet gaan. De brancheorganisatie vindt het ook belangrijk dat nog dit jaar voorlichtingsmateriaal van de overheid beschikbaar is dat gecertificeerde bedrijven aan hun klanten kunnen overhandigen.

- Branche
- oktober 21, 2022
- 6 views
“Pas over ruim jaar productie warmtepompen weer op niveau van vraag”
Er komt dit jaar 62 miljoen euro extra beschikbaar voor wie zijn koophuis wil verduurzamen. Het gaat om uitbreiding van de zogeheten ISDE-regeling, waarbij geld beschikbaar is als je bijvoorbeeld een warmtepomp of zonneboiler wilt aanschaffen. Ook is er geld voor het isoleren van huizen of een aansluiting op het warmtenet. “Logisch dat de subsidiepot wordt aangevuld”, zegt Jan Bosch, manager Marketing Communications bij Nefit-Bosch. “Er zijn immers overheidsdoelen te halen. Maar subsidie-uitbreiding zal niets veranderen aan de al stijgende vraag naar warmtepompen en de problemen met de toelevering ervan vanwege het ontbreken van onderdelen.”
Ook Rudy Grevers, manager woningbouw van Alklima, juicht de extra subsidie toe, maar vindt dat het overstappen op warmtepompsystemen bij bestaande bouw enkel nut heeft als er ook geïsoleerd wordt. Hierdoor zal de pot weer sneller leeg gaan, wat het aantal subsidieverstrekkingen per huishouden zal verminderen.
Gigantische vraagtoename warmtepompen
“Maar subsidie of niet, het echte probleem is dat de vraag naar warmtepompen het afgelopen jaar wereldwijd maar liefst is verzeventienvoudigd”, stelt Grevers. “Dit heeft ervoor gezorgd dat er niet alleen een tekort is aan grondstoffen maar ook aan productiecapaciteit, omdat de huidige capaciteit nu eenmaal niet 1-2-3 is ingericht op zo’n enorme vraagtoename. Onze toeleverende fabrikant, Mitshibushi, probeert de grootste pieken momenteel af te vangen door een aantal productiefaciliciteiten van aircosystemen steeds meer te gaan inzetten voor warmtpompsystemen. Daarmee is echter de bottleneck nog niet ondervangen. Het is een veelkoppig monster dat in de complete keten moet worden bestreden. Je bent als fabrikant natuurlijk net zo afhankelijk van je leveranciers verderop in de supply chain. Als je in een fabriek 98% van de product zelf af kunt maken, maar je mist nog 2% door die ene ontbrekende component dan heb je als leverancier feitelijk geen product.”
Grevers spreekt de verwachting uit dat pas eind 2023 begin 2024 de productieketen weer op het niveau van de vraag zou moeten zitten. Hij stelt daarbij wel dat ook de aanbestedende partijen transparanter naar hun opdrachtgevers moeten zijn. “De tijd dat je kon zeggen dat je volgende maand tachtig systemen nodig hebt, bestaat gewoon niet meer. De aanbesteder moet veel realistischer in samenspraak met zijn leverancier plannen.”
Maatregelen om levertijden te verkorten
Ook Nefit-Bosch denkt bij monde van Jan Bosch dat de extra ronde aan subsidie niets zal veranderen aan de huidige situatie. De vraag naar warmtepompen blijft stijgen en de toelevering van onderdelen blijft een knelpunt. “Maar ondanks alle onzekerheden, zien we ook lichtpuntjes. In de loop van volgend jaar is een verbetering van de situatie te verwachten. Andere producten, zoals onze hr-toestellen, zijn bovendien op dit moment uit voorraad leverbaar.”
Wat doet Nefit-Bosch momenteel om levertijden te verkorten? Jan Bosch legt uit: “We hebben in Europa ruim voldoende productiecapaciteit om aan de marktvraag te voldoen. De productie wordt echter geremd door het wereldwijde tekort aan halffabricaten en onderdelen, zoals chips, elektronica en pompen. Bosch werkt actief samen met de leveranciers van die onderdelen bij het uitbreiden van hun productiecapaciteit en het opvoeren van de toeleveringen. Daarnaast zetten we extra middelen in, zoals luchtvracht- en express-transporten, om de onderdelen sneller op onze productielocaties te krijgen. Onderdelen voor producten die in Europa worden geproduceerd, halen we bovendien steeds meer uit Europa in plaats van uit Azië of Amerika. Verder zoeken onze logistieke experts dagelijks naar alternatieve oplossingen en kopen deze, als het nodig is, tegen hoge prijzen in.”
Om in de nabije toekomst minder afhankelijk te zijn van de wereldwijde markt investeert Bosch ook in de eigen productie van kritische onderdelen. Jan Bosch: “En omdat de markt voor warmtepompen in heel Europa de komende jaren zeer fors blijft groeien, verviervoudigen we in 2023 nog eens onze eigen productiecapaciteit. Met al deze maatregelen werken we hard aan een verbetering van de huidige problematische situatie. Dat neemt niet weg dat we zeker het komend half jaar nog met lange levertijden te maken blijven houden.”
