Techniekonderwijs wordt populairder bij meisjes
Meisjes op havo, vwo en mbo kiezen vaker dan tien jaar geleden voor een technische richting. Op het vmbo en het hoger onderwijs steeg het percentage meisjes dat voor een technische richting koos licht. Technische opleidingen zijn nog steeds het meest populair bij jongens. Dat blijkt uit CBS-cijfers over het schooljaar 2017/’18.
In het schooljaar 2006/’07 koos 2 procent van de havo-meisjes en 6 procent van de vwo-meisjes voor Natuur en Techniek, waarbij wiskunde b, natuur- en scheikunde verplicht zijn. In 2017/’18 was dit toegenomen tot respectievelijk 10 procent en 28 procent. Deze stijging werd ingezet in het schooljaar 2007/’08, toen de vernieuwde tweede fase werd ingevoerd. Hierdoor werd het eenvoudiger om de profielen Natuur en Techniek én Natuur en Gezondheid te combineren in een vakkenpakket. Vooral meisjes in het vwo kozen na de invoering van de vernieuwde tweede fase voor zo’n dubbelprofiel. Natuur en Techniek is nog steeds het populairst bij jongens. Ook jongens kozen de afgelopen tien jaar vaker voor dit profiel, maar het verschil met de meisjes is kleiner geworden.
Onder meisjes op het vmbo is Techniek de minst gekozen sector. In het schooljaar 2017/’18 koos 4 procent van de meisjes en 33 procent van de jongens in de leerjaren 3 en 4 van vmbo-b, vmbo-k en vmbo–g voor zo’n opleiding. Het percentage techniekmeisjes is tussen de schooljaren 2011/’12 en 2016/’17 toegenomen van 3 procent naar 4 procent. Het percentage techniekjongens daalt al sinds 2003/’04. Sinds 2007/’08 kent het vmbo de intersectorale programma’s, die ten koste van andere sectoren populairder werden. Technische vakken zijn vaak een onderdeel van deze programma’s.
Sinds het schooljaar 2010/’11 halen meisjes op het mbo steeds vaker een technisch diploma. Toen deed 6 procent van de meisjes op het mbo zo’n opleiding en dit groeide naar 11 procent in 2015/’16. Vervolgens daalde het naar 10 procent een jaar later. Bij de jongens daalde dit aandeel juist van 46 procent (schooljaar 2010/’11) naar 41 procent (2016/’17). Meisjes halen meestal techniekdiploma’s op andere terreinen dan jongens, zoals de kleding- en schoenenindustrie en vormgeving en audiovisuele productie.
Hoewel meer meisjes (en jongens) in havo en vwo een technisch profiel kiezen, neemt de keuze voor techniek in het hoger onderwijs nauwelijks toe. Het aandeel vrouwen dat in het hoger onderwijs een diploma Techniek, industrie en bouwkunde haalt, nam tussen de studiejaren 2006/’07 en 2015/’16 toe van 2 procent tot 3 procent. In het laatstgenoemde collegejaar lag dit aandeel bij de jongens op 15 procent. Confectie, textieltechniek, stedenbouwkunde en biotechnologie zijn voorbeelden van studierichtingen die meer door vrouwen dan door mannen worden gekozen.
“De hybride warmtepomp is geen sjoemeldiesel”
Arie en Martin Kroon namen het vorige week in de Volkskrant op tegen de hybride warmtepomp en daarbij zijn ze behoorlijk uit de bocht gevlogen. Door de warmtepomp met een sjoemeldiesel te vergelijken, slaan ze de plank volledig mis. De warmtepomp zal de komende jaren uitgroeien tot een ware versneller van de energietransitie. Eind maart presenteerde installatiekoepel UNETO-VNI samen met diverse partners een manifest dat veel heeft losgemaakt. Helaas hebben de heren Kroon en Kroon niet de moeite genomen dat manifest ook daadwerkelijk te lezen.
In het manifest pleiten we voor een hogere rendementseis voor verwarmingsinstallaties. Dat moet ertoe leiden dat we in Nederland vanaf 2021 geen traditionele, gasgestookte cv-ketels meer plaatsen. In plaats daarvan stappen we over op hybride systemen: een elektrische warmtepomp die alleen op piekmomenten nog gebruik maakt van aardgas.
Volgens de heren Kroon wordt de elektriciteit die nodig is voor de warmtepomp grotendeels opgewekt met fossiele energie. Dat is juist, maar daarbij staren ze zich blind op de situatie van vandaag en gaan ze voorbij aan de technologische ontwikkelingen. Binnen afzienbare tijd maken we kennis met nieuwe toepassingsmogelijkheden van zonne-energie, zoals integratie in daken, gevels en ramen. De elektriciteit van zonnepanelen kunnen we binnenkort opslaan, terwijl ook het landelijk elektriciteitsnetwerk duurzamer wordt dankzij nieuwe zonnevelden en windparken. Een warmtepomp zonder CO2-uitstoot is op termijn wel degelijk bereikbaar.
Net als Arie en Martin Kroon vinden wij dat we het energieverbruik moeten terugdringen door isoleren en optimaal inregelen. Maar terwijl we dat doen, moeten we óók innoveren. Om de klimaatdoelstellingen van Parijs te halen, hebben we alle opties nodig. En zeker de hybride warmtepomp, die óók goed toepasbaar is in oudere, minder goed geïsoleerde huizen.
In het manifest dat wij aan Diederik Samsom hebben overhandigd, staat niet dat wij de cv-ketel in 2021 willen verbieden. Wat we wél voorstellen is een rendementseis voor verwarmingsinstallaties. In de praktijk zal in de meeste gevallen alleen een combinatie van een cv-ketel met een duurzaam alternatief (hybride warmtepomp of zonneboiler) aan die eis kunnen voldoen. Tegelijkertijd pleiten we voor de beschikbaarheid van woning-gebonden financieringsmogelijkheden. Bovendien stellen we nadrukkelijk dat de duurzame systemen beter en compacter moeten worden en minder geluid moeten maken. Alternatieve oplossingen, zoals aansluiting op een warmtenet, sluiten wij natuurlijk niet uit.
Volgens de heren Kroon wijzen fabrikanten en installateurs duurzame koudemiddelen in de warmtepompen af. Dat is onjuist. Conform EU-afspraken uit 2013 stappen fabrikanten steeds vaker over op milieuvriendelijke alternatieven. Een andere bewering: jaarlijks lekt 6 procent koudemiddel weg. Complete onzin. Het circuit is hermetisch gesloten en volledig van metaal. Daar lekt geen druppel uit weg. Daarnaast moeten monteurs voldoen aan strenge eisen. Ze moeten beschikken over een zogenaamd F-gassencertificaat.
Als uitsmijter komen Arie en Martin Kroon aanzetten met ‘de grootste bottleneck’: het tekort aan technische vakmensen. Hadden de heren de media een béétje gevolgd, dan zouden ze weten dat wij geen gelegenheid onbenut laten om publiek en politiek op die uitdaging te wijzen. En we constateren het niet alleen, we dóen er ook iets aan. Met een grootschalig opleidingsprogramma stomen we onze technici klaar voor nieuwe technieken.
Gemopper en gebrek aan durf helpen het klimaat en de Groningers niet verder. Voor een CO2-neutrale gebouwde omgeving is een vooruitstrevend beleid nodig, veel enthousiasme én goede ideeën. Die inzet mogen we van iedereen verwachten; óók van experts zoals Arie en Martin Kroon.
Doekle Terpstra
Voorzitter UNETO-VNI
Herziene NEN 6090 voor bepaling vuurbelasting gepubliceerd
NEN heeft de herziene norm NEN 6090 ‘Bepaling van de vuurbelasting’ gepubliceerd. De norm is herzien omdat de vorige versie uit 2006 verouderd was en door nieuwe ontwikkelingen niet genoeg informatie meer bood. Belangrijkste wijziging is dat er nu onderscheid wordt gemaakt tussen permanente vuurbelasting en variabele vuurbelasting.
Methode
NEN 6090 geeft voorts een methode voor de experimentele bepaling van de netto-verbrandingswaarde van materialen. Indien wordt afgezien van deze bepaling, kunnen ook de waarden worden gebruikt volgens de informatieve bijlagen B en C van deze norm.
Bouwbesluit 2012
Met de herziening is de terminologie van NEN 6090 in lijn gebracht met die van het Bouwbesluit 2012. Daarnaast is de informatieve bijlage B uit 2006 vervangen door een nieuwe bijlage met kentallen voor het bepalen van de permanente vuurbelasting. Bovendien is in de informatieve bijlage D een voorbeeldberekening opgenomen van de permanente vuurbelasting van een kantoorgebouw, waarbij gebruik wordt gemaakt van bijlage B. Tot slot is een bibliografie toegevoegd.
Ruim honderd bouw-, infra- en installatiebedrijven staan stil bij veiligheid op de werkvloer
Vrijdag 17 maart wordt voor de eerste keer ‘Bewust Veilig’ gehouden. Op meer dan 2.000 verschillende werklocaties van 125 bouw-, infra- en installatiebedrijven wordt stilgestaan bij de veiligheid op de werkvloer. In totaal doen zo’n 45.000 medewerkers, opdrachtgevers en ketenpartners mee. Aannemersfederatie Bouw en Infra, Bouwend Nederland en Uneto-VNI zijn de initiatiefnemers. Ze hebben de handen ineen geslagen om jaarlijks, op de derde vrijdag in maart, Bewust Veilig te zijn. De motivatie is dat iedereen aan het eind van de werkdag weer gezond en veilig naar huis moet kunnen en aan het eind van zijn loopbaan gezond en fit met pensioen.
Doekle Terpstra, voorzitter van Uneto-VNI, bezoekt morgen de renovatie van het Zadkine College in Rotterdam, een project van Unica. “Elk ongeluk is er een teveel. Daarom is het belangrijk dat we extra aandacht schenken aan veilig werken. Het is een belangrijk en positief signaal dat zoveel bedrijven op 17 maart meedoen aan Bewust Veilig. Veilig werken op grote projecten doe je samen: opdrachtgevers, bouwers en installateurs. Met preventieve maatregelen en optimale communicatie over de veiligheidsrisico’s kunnen we grote stappen maken. We werken op veel projecten onder grote tijdsdruk, maar dat mag nooit een excuus zijn om te beknibbelen op veilig werken. Veiligheid is topprioriteit!”
Maxime Verhagen, voorzitter van Bouwend Nederland: “Medewerkers, opdrachtgevers en andere ketenpartners, kortom: iedereen die op de bouwplaatsen komt, roepen we op extra aandacht aan veiligheid op de werkvloer te geven. Dat kan al door simpele afspraken na te komen zoals je te melden bij de uitvoerder vóórdat je de bouwplaats op gaat. Want díe vertelt je hoe en waar je je veilig kan begeven op het werkterrein. De bouw scoort helaas hoog in de ranglijstje van onveilige sectoren. Daarin moet verandering komen. We streven ernaar het aantal ongevallen drastisch te verminderen. Deze dag is bedoeld om iedereen weer even heel bewust te maken van het belang van veilig gedrag.” Verhagen bezoekt in Poeldijk nieuwbouwproject Groene Kreken van bouwbedrijf Weboma.
[related_post themes=”text”]
Nieuw Europees keurmerk voor HVAC-R producten
Eurovent Certita Certification (ECC), de Europese certificatie-instelling voor binnenklimaat, ventilatie, luchtkwaliteit, proceskoeling en koude, heeft op de vakbeurs ISH de lancering van een nieuw keurmerk aangekondigd: ‘NEx Nature of Excellence’. Het keurmerk zal een kwalificatie worden voor hoogwaardig geproduceerde producten bestemd voor verwarming, ventilatie, airconditioning en koeling (HVAC-R). Gelet zal vooral worden op criteria zoals energieprestatie, duurzaamheid en recyclevermogen. Het certificaat kan uitsluitend worden toegekend aan productseries die al een Eurovent Certified Performance erkenning hebben gekregen en gefabriceerd zijn door fabrikanten met een ISO 9001 en ISO 14001 erkenning.
Eurovent certificeert al ruim 20 jaar HVAC-R producten. Inmiddels is 67% van deze in Europa verkochte producten door dit certificeringsinstituut gecertificeerd. Het ‘Certified Performance’ certificaat garandeert dat producten een onafhankelijke controle hebben ondergaan. De nieuwe ‘NEx Nature of Excellence’ zal gaan gelden voor HVAC-R producten die 10 tot 15% van de markt vertegenwoordigen. Fabrikanten kunnen zich met deze certificering extra onderscheiden.
[related_post themes=”text”]
Doekle Terpstra presenteert raamwerk erkenningsregeling aan minister Plasterk
Gisteren heeft voorzitter Doekle Terpstra van Uneto-VNI de visie van de brancheorganisatie op een toekomstige wettelijke erkenningsregeling voor cv-ketels en warmwatertoestellen overhandigd aan minister Plasterk van Wonen en Rijksdienst. In de zogenaamde Uniforme Kwaliteitsregeling beschrijft Uneto-VNI onder andere de vakbekwaamheidseisen voor monteurs, een opzet voor de in- en externe kwaliteitsbewaking en sanctiebeleid bij onjuiste uitvoering van werkzaamheden. Minister Plasterk heeft toegezegd deze inbreng mee te nemen in de opzet van de toekomstige regeling.
Minister Plasterk kondigde daarnaast aan dat het ministerie volgende maand het plan van aanpak presenteert voor de regeling. Het ministerie heeft Uneto-VNI gevraagd om hieraan een bijdrage te leveren. Behalve de brancheorganisatie worden ook consumentenorganisaties, KvINL, Sterkin en Scios betrokken bij dit proces.
Uneto-VNI zegt het belangrijk te vinden dat de wettelijke erkenningsregeling er komt als antwoord op het terugdringen van het aantal ongevallen met koolmonoxide bij cv-ketels. Als het aan de brancheorganisatie ligt, bevat de regeling straks eisen die nu al onderdeel zijn van het kwaliteitskeurmerk OK CV, zoals het niveau van vakbekwaamheid van monteurs en controles van uitgevoerde werkzaamheden via steekproeven. Tegelijkertijd vindt de brancheorganisatie dat de toekomstige regeling geen onnodige administratieve rompslomp en kosten met zich mee mag brengen. Bovendien moet de erkenningsregeling zowel hanteerbaar zijn voor het grootbedrijf als voor zzp-ers.
December 2016 kondigde de toenmalige minister Blok aan dat vanaf 1 januari 2019 alleen erkende bedrijven met vakbekwaam personeel nog cv-ketels en warmwatertoestellen op gas mogen aanleggen en onderhouden. De tussenliggende tijd is nodig voor de wetgeving, het opzetten van erkenningsregelingen, het verbeteren van de kwaliteitsbewaking door bedrijven en het bijscholen van monteurs. Uneto-VNI zal haar leden ondersteunen om tijdig aan de nieuwe eisen te kunnen voldoen.
[related_post themes=”text”]
‘Nieuw kabinet: Energiebelasting gelijk trekken en Minister van Klimaat en Energie wenselijk’
Zeventig bestuurders is gevraagd naar hun visie op de huidige energietransitie en het energiebeleid van een volgend kabinet. Een meerderheid vindt energiebelasting een goed instrument om investeringen in duurzame energie en energiebesparing interessanter te maken. Ook denkt een grote meerderheid dat een Minister van Klimaat en Energie wenselijk is. Doekle Terpstra, de nieuwe voorzitter van Uneto-VNI, ziet bijvoorbeeld een belangrijke rol weggelegd voor de installatiebranche: “Wij maken Nederland het energiezuinigste land ter wereld!”
54events, organisator van Ecomobiel en Vakbeurs Energie, voerde een inventarisatie uit onder bestuurders in de sector. Het bureau vroeg de afgelopen weken 70 bestuurders van centrale & decentrale overheden, energiemaatschappijen, netbeheerders, industrie, kennisinstituten, belangenorganisaties en de financiële sector om hun kijk op actuele onderwerpen met betrekking tot de huidige energietransitie. De uitkomsten van deze interviews dienen als uitgangspunt voor de Strategie Summit Energie & Utilities op 20 & 21 maart a.s. Onderdeel van deze Strategie Summit is een debat tussen vertegenwoordigers van de jongerenorganisaties van o.a. PvdA, CDA, VDD, Groen Links en D66 en bestuurders uit de sector.
Met betrekking tot het nieuw te vormen kabinet komen de volgende zaken uit het onderzoek naar voren. Bijna drie kwart van de ondervraagde bestuurders is van mening dat Nederland een minister van Klimaat en Energie nodig heeft. De overheid moet verder de energiebelasting voor alle gebruikers gelijk trekken, om het investeren in duurzame energie en energiebesparing interessanter te maken, aldus 52% van de ondervraagden. Ook zijn er volgens meer dan de helft van de ondervraagden volop ambities, maar komt er zonder sancties en handhaving niets van de energietransitie terecht.
Als we kijken naar het huidige kabinetsbeleid, dan is meer van de helft van de ondervraagden van mening dat deze het ondernemerschap in de keten niet of nauwelijks stimuleert. De belangrijkste belemmering om te versnellen op het gebied van duurzaamheid en energietransitie is nu de wet- en regelgeving. Volgens de ondervraagde bestuurders spelen de bedrijven zelf de belangrijkste rol als het gaat om het ‘ondernemersplan van de energietransitie’. Meer dan de helft is van mening dat maatschappelijke aspecten als ‘de vervuiler betaalt’ zwaarder mee moet wegen in het berekenen van een business case.
Ook diverse branche- en belangenorganisaties hebben een duidelijke mening over de uitdagingen en kansen die de energietransitie Nederland bieden. Marcel Galjee, bestuurslid van VEMW, belangenbehartiger van zakelijke energie- en watergebruikers, en directeur energie bij AkzoNobel: “We staan met de industrie voor fundamentele veranderingen om de energietransitie te realiseren en zelfs te versnellen. De grootste uitdaging is de verduurzaming hand in hand te laten gaan met economische groei. Dit vereist leiderschap van de energiesector, overheid en industrie.”
Doekle Terpstra, de nieuwe voorzitter van Uneto-VNI, spreekt zijn ambities niet onder stoelen of banken: “Wij maken Nederland het energiezuinigste land ter wereld!” Hij ziet hierbij een belangrijke rol weggelegd voor de installatiebranche. “Techniek is onmisbaar in onze samenleving en het belang ervan neemt de komende jaren alleen maar toe. Denk aan energieneutrale woningen en gebouwen, smart cities, smart buildings, levensloopbestendige woningen; de installatiebranche heeft oplossingen in huis voor tal van maatschappelijke vraagstukken en dus enorme mogelijkheden.”
Vanuit de ondernemerszijde is er o.a. een dringende behoefte aan duidelijkheid omtrent financiering. VNO-NCW-voorzitter Hans de Boer: “Investeerders in duurzame energie moeten de zekerheid krijgen dat de overheid over een langere termijn geld reserveert voor de energietransitie”. Bedrijven doen volgens de werkgeversvoorman al veel aan verduurzaming en willen daar verder in gaan. Om dat mogelijk te maken, is de bijdrage en de zekerheid van de overheid nodig.
Maxime Verhagen – voorzitter Bouwend Nederland en tevens ambassadeur van Vakbeurs Energie: “Als een nieuw kabinet duurzaam doorpakt, dan kan onze gebouwde omgeving een enorme bijdrage leveren aan klimaatdoelstellingen op de korte, middellange en langere termijn. Letterlijk dicht bij huis zijn er grote kansen voor energiebesparing, energielevering en klimaatadaptatie. En het levert ook nog eens duizenden banen op!”
[related_post themes=”text”]
Decentrale overheden willen gezamenlijk 28 miljard inzetten voor energietransitie
Om de overgang naar een energieneutraal en klimaatbestendig Nederland te versnellen, slaan provincies, gemeenten en waterschappen de handen ineen. Zij presenteren een gezamenlijke investeringsagenda ‘Naar een duurzaam Nederland’. De decentrale overheden willen hun jaarlijkse investeringen van 28 miljard inzetten voor deze opgaven. Ze vragen het nieuwe kabinet mee te investeren in nationale programma’s en knelpunten in wet- en regelgeving weg te nemen. Het is voor het eerst dat de decentrale overheden een gezamenlijk aanbod voor de kabinetsformatie doen.
“De overgang naar een energieneutraal en klimaatbestendig Nederland met een circulaire economie, brengt ingrijpende veranderingen met zich mee. Oude huizenblokken moeten geïsoleerd worden en woonwijken aangesloten op zonne-energie en windenergie. Ook het landschap verandert door de inpassing van zonnepanelen en windmolens”, aldus Jan van Zanen, voorzitter van de VNG. “De toename van de hoeveelheid regen en de temperatuurstijging vragen om meer ruimte voor waterberging en waterafvoer en om meer stedelijk groen. Dit vraagt een gigantische inspanning van burgers, organisaties, bedrijven en de overheid. Het gaat alleen lukken als we de handen ineen slaan,” zegt Hans Oosters, voorzitter van de Unie van Waterschappen.
Gemeenten, provincies en waterschappen investeren jaarlijks 28 miljard in wegen, openbaar vervoer, water, natuur en de bouw van huizen, sportaccommodaties en scholen. Vanaf 2018 gaan de decentrale overheden bij de besteding van dit geld investeren in energieneutrale, klimaatbestendige en circulaire oplossingen en toepassingen. Bijvoorbeeld door bij concessieverlening voor openbaar vervoer in te zetten op emissieloze bussen, afspraken te maken met marktpartijen en woningbouwcorporaties over aardgasvrije wijken, het aanleggen van energieleverende wegdekken en subsidie beschikbaar te stellen aan inwoners voor groene daken of beplanting in plaats van tegels. Ook willen ze eigen terreinen beschikbaar stellen voor het opwekken van hernieuwbare energie en grondstoffen terugwinnen uit afval en afvalwater. Het eigen vastgoed en maatschappelijk vastgoed als scholen en sportaccommodaties is voor 2040 energieneutraal.
De decentrale overheden dringen er bij het Rijk op aan een aantal knelpunten in wet- en regelgeving weg te nemen die een transitie naar duurzaamheid in de weg zitten. Zoals het toestaan dat waterschappen meer duurzame energie opwekken dan alleen voor eigen gebruik en het aanscherpen van het Europese emissiehandelssysteem, waardoor CO2-uitstoot duurder wordt; een stimulans voor duurzame energie.
De decentrale overheden vragen het nieuwe kabinet om de samenwerking aan te gaan en een Nationaal programma Energietransitie op te stellen. Ank Bijleveld-Schouten, voorzitter Interprovinciaal Overleg namens de 12 provincies: “De betrokkenheid van het Rijk is belangrijk. Het is voor het eerst dat de drie decentrale overheden op deze schaal de handen ineen slaan. Daar hoort het Rijk ook bij. Het gaat om een langdurige samenwerking, waarbij we het Rijk vragen mee te financieren, daar waar nodige belemmerende regels aan te passen en een langjarige continuïteit te garanderen.” De drie medeoverheden leggen hun aanbod na de verkiezingen neer bij de formateur. “Er is vastgelegd dat tijdens de formatie ook de medeoverheden worden gehoord door de formateur. Dan willen we zorgen dat dit aanbod op een goede manier landt in het nieuwe regeerakkoord,” aldus Bijleveld namens de drie decentrale overheden.
[related_post themes=”text”]
Streven naar duurzaamheid is mooi, nu nog rendabel zien te realiseren
Het wordt steeds meer duurzaamheid dat de klok slaat. Lees de nieuwsberichten op Installatienet van de afgelopen week er maar op na. ‘Grote technisch dienstverleners binnen Uneto-VNI nemen voortouw bij energietransitie’. ‘Minister Kamp ondertekent Green Deal aardgasvrije wijken’. En ga zo maar door. Maar vooral het bericht ‘Hoge mate van isolatie én warmtepomp niet rendabel in bestaande bouw’ trok veel aandacht en leverde ook diverse reacties op. Logisch, want zeggen dat je voornemens bent om iets te gaan doen, is niet zo moeilijk. De praktijk blijkt vaak weerbarstiger. Want hoe gaat de installatiebranche dit allemaal (rendabel) realiseren?
Eerst nog even kort terugblikken. Het blijkt dus nog niet rendabel voor huiseigenaren (bestaande bouw) om te investeren in zowel een hoge mate van isolatie als een warmtepomp. De hoge kosten van vergaande isolatiemaatregelen en een relatief lage efficiëntie van de warmtepompen zijn hieraan debet, zo bleek uit onderzoek waarop Saskia Thies afstudeerde aan de Universiteit Utrecht. ‘Een warmtepomp is niet altijd duurzamer dan een cv-ketel. Vergaand isoleren blijft nodig.’
De onderzoekster keek naar zowel de lucht-warmtepomp, grond-warmtepomp als hybride warmtepomp. Alleen de hybride warmtepomp blijkt direct bij te kunnen dragen aan de flexibiliteit van het elektriciteitsnet. Een dergelijke warmtepomp kan switchen tussen fossiele brandstof (bijvoorbeeld aardgas) en elektriciteit om warmte te produceren. Bij piekvraag kan bijvoorbeeld de hr-cv-ketel worden ingeschakeld. Is er voldoende elektriciteit beschikbaar dan neemt de warmtepomp het over. De warmtepomp kan dus draaien als het buiten niet te koud is en is daardoor veel efficiënter.
“Logisch,” reageerde Bert Bos sr. Van Bos service en installatie uit Diemen, “in de meeste van dit soort situaties moet je ook bijna altijd gaan werken met hybride systemen; het omslagpunt van WP naar gas ligt dan meestal om en nabij het vriespunt.”
Michael Beelen, eigenaar en directeur van loodgietersbedrijf Beelen, meldde kort en krachtig dat je “een oud huis gebouwd in 1930 echt niet kan verwarmen met 35 graden en oude radiatoren.”
Rody Hitzerd, servicemonteur bij v.d. Heijden klimaattechniek, ziet dat er bij het installeren van een warmtepomp vooral nog veel te veel fouten worden gemaakt. “Alles moet goed doordacht zijn: wel of geen naregelingen, wel of geen buffertank, bypass etc. Er komt zo bizar veel bij kijken om een warmtepomp goed te laten draaien. En een warmtepomp op een oude cv installeren is nog niet echt efficiënt gezien het feit dat de warmtepomp op hogere temperaturen meer gebruikt. De nieuwere warmtepompen doen dit al beter door te moduleren met de pompen. Ik ben ook niet weg van alle elektrische rommel die er in zit i.v.m. kosten bij defect raken etc.”
Riccardo Ruggiero, eigenaar van het gelijknamige installatie- en montagebedrijf, stelt tot zijn spijt vast dat “de investeringskosten om de woning te isoleren, van balansventilatie te voorzien en een laagtemperatuursysteem te installeren zeker nog niet opwegen tegen de besparingskosten. Dit geldt in ieder geval voor particuliere installaties. Bij grootschalige renovatie ligt het misschien anders. Ook het geluidsniveau van buitenunits en de uitblaasmogelijkheden ervan zijn een knelpunt. Ik zie met enige regelmaat buitenunits die hun lucht niet goed kwijt kunnen. Bij de Enviline Monoblock (Nefit, red) is de vrije uitblaas voor 6m zijkanten 2m en de luchtinlaat 40cm vanaf de muur. Bij welke rijtjeswoning haal je dat? Er zijn zat installaties die niet goed zijn geïnstalleerd en dat komt het imago van de warmtepomp niet ten goede.”
‘De installateur gaat als energieregisseur optreden’, meldde branchevereniging Uneto-VNI onlangs. ‘Hij zorgt voor duurzame energieoplossingen, installeert slimme energiemanagementsystemen, kortom staat aan de wieg van gebouwen die zo min mogelijk energie gebruiken. Een aantal grote installateurs hebben zich deze werkwijze al eigen gemaakt. Ook middelgrote en kleinere installateurs kunnen hierin een rol van betekenis spelen of doen dat al.’
Een mooie uitdaging voor het vakgebied, maar nogmaals: zeggen dat je voornemens bent om iets te gaan doen, is niet zo moeilijk. De praktijk blijkt vaak weerbarstiger. Voor menig installateur en installatie-adviseur is er een hoop werk aan de winkel.
[related_post themes=”text”]
Ennatuurlijk ondersteunt nationale Green Deal aardgasvrije wijken
Ennatuurlijk ondersteunt de Green Deal die minister Kamp samen met 30 gemeenten, 5 netbeheerders en de 12 provinciën heeft getekend. De overeenkomst stelt deze gemeenten in staat om woningen op een andere manier te laten verwarmen dan met aardgas. Met de ondertekening is een eerste concrete stap gezet in de uitwerking van de Energieagenda waarin het kabinet de route schetst naar een CO2-arme samenleving in 2050. De partijen die de Green Deal ondertekenen worden daarbij ondersteund door maatschappelijke organisaties en bedrijven. Ennatuurlijk is als partner betrokken bij de deal.
Om de energietransitie te realiseren zal onder andere het grootste deel van de huishoudens in Nederland op een andere manier het huis gaan verwarmen en gaan koken zonder daarbij aardgas te gebruiken. Om dit mogelijk te maken moeten er goede en betaalbare alternatieven geboden worden. Maar ook doorontwikkeling van de technologie en innovaties met betrekking tot duurzame warmtebronnen zijn noodzakelijk. Herman Exalto, Commercieel Directeur van Ennatuurlijk: “Hierin ligt een belangrijke taak voor alle partijen die vandaag de overeenkomst hebben getekend.”
Ennatuurlijk koppelt lokale producenten en ontvangers van duurzame energie aan elkaar. Het bedrijf levert op deze manier warmte en koude aan circa 70.000 consumenten en ruim 1200 zakelijke klanten verspreid over heel Nederland, met de grootste concentratie in Breda, Tilburg, Enschede, Helmond en Eindhoven.
[related_post themes=”text”]